23 oktober 2026

Darts uitgooien oefenen: 5 trainingen voor betere finishes

Uitgooien oefen je het snelst met korte drills die je kunt tellen: één voor losse dubbels, één voor finishes met twee pijlen en één voor finishes met drie pijlen. Hieronder staan vijf trainingen voor thuis, met de precieze spelregels, wat je noteert en hoe je ze in twintig minuten per avond afwerkt — zodat je op de club niet meer op 40 blijft hangen terwijl je tegenstander van 120 af komt.

De meeste darters trainen vooral scoren: honderd pijlen op de 20, tevreden als er een paar 140's tussen zitten. Maar een leg win je op de dubbel. Wie op 32 staat en drie beurten nodig heeft, verliest van iemand die minder scoort maar wél in één keer uitgooit. En elke beurt die je op een dubbel laat liggen, drukt je driepijlsgemiddelde: die pijlen tellen mee zonder punten op te leveren.

1. Bob's 27: elke dubbel komt aan de beurt

De klassieker onder de dubbeltrainingen, bedacht door oud-wereldkampioen Bob Anderson.

  • Je begint met 27 punten.
  • Je gooit drie pijlen op D1, daarna drie op D2, en zo door tot en met D20. Je sluit af met drie pijlen op de bull.
  • Elke raakworp telt de waarde van die dubbel erbij: een hit op D1 is +2, een hit op D16 is +32.
  • Raak je met alle drie de pijlen niets, dan gaat de waarde van die dubbel eraf.
  • Zak je onder nul, dan is je spel voorbij.

Reken maar na: mis je D1 tot en met D4 volledig, dan sta je nog op 7 (27 − 2 − 4 − 6 − 8). Mis je daarna ook D5, dan zak je onder nul en ben je klaar. Het spel straft precies het moment waarop je in een wedstrijd de leg weggeeft: een hele beurt op een dubbel zonder raak. Het perfecte spel levert 1437 punten op. Daar hoef je niet in de buurt te komen; vergelijk je eindscore alleen met die van vorige week.

Te zwaar om mee te beginnen? Speel dan gewoon door als je onder nul komt, en noteer je eindscore toch.

2. De dubbelladder: waarom 32 je beste vriend is

Vijf minuten, en je leert iets wat geen schema op papier je leert: doorgooien na een misser.

Begin op 32 en gooi op D16. Raak je de enkele 16, dan sta je op 16 en gooi je op D8. Enkele 8? Door naar D4, daarna D2. Vanaf 32 kun je vijf keer achter elkaar op een dubbel blijven staan: 32, 16, 8, 4 en 2. Begin je op 40, dan houdt het na drie stappen op: D20, D10, D5 — en een misser in de enkele 5 laat 5 over, oneven, dus een extra pijl om weer even te komen.

Zo speel je het:

Het verschil vertelt je welke dubbel bij jou thuis is. Daar zet je voortaan je finishes op aan.

3. Tweepijlsfinishes: de ronde van 61 tot 100

Tussen 61 en 100 kun je met twee pijlen uit, en juist hier laten clubspelers de meeste legs liggen. De training:

  • Schrijf vijftien scores op een briefje, bijvoorbeeld 100, 98, 97, 96, 95, 90, 85, 81, 80, 76, 70, 68, 64, 62 en 61.
  • Per score krijg je één beurt van drie pijlen. Uit is één punt.
  • Noteer je score op 15 en hussel de volgorde voor de volgende keer.

Het meeste leer je niet van de raakworpen, maar van de missers. Kijk bij elke eerste pijl wat er overblijft als hij in het enkele vak belandt. Op 81 gooi je T19 voor D12; wordt het een enkele 19, dan sta je op 62 en ligt T10, D16 nog open met de twee pijlen die je over hebt. Bij 100 uitgooien gaat de T20 voor D20; een enkele 20 laat 80 over, en ook dat is nog een finish. Een goede route laat je bij een misser niet met lege handen staan.

Twijfel je over een route, open dan de pagina van dat getal — bijvoorbeeld 81 uitgooien of 60 uitgooien. Daar staat per pijl wat je overhoudt, plus de alternatieven als de eerste pijl mist.

4. De 121-ladder: drie pijlen, negen kansen

121 is hét oefengetal op de club: in één beurt heb je drie perfecte pijlen nodig, dus in de praktijk moet je eerst opzetten en dan pas uitgooien.

  • Je begint op 121 uitgooien en krijgt negen pijlen, dus drie beurten.
  • Lukt het, dan is je volgende doel 122. Lukt het niet, dan ga je één omlaag — nooit onder 121.
  • Na tien doelen noteer je het hoogste getal dat je hebt gehaald.

Met drie beurten speel je de echte wedstrijdsituatie na. Gaat je eerste pijl in de enkele 20, dan sta je op 101 met nog twee pijlen: T17, Bull. Gooi je T20, 20 en een verdwaalde 1, dan sta je na één beurt op 40 — precies op dubbel 20. Een beurt waarin je niet uitgooit is dus niet mislukt, zolang je een schone rest achterlaat. Met z'n tweeën maak je er een wedstrijdje van: wie na tien rondes het hoogst op de ladder staat, wint.

5. Uitgooien onder druk: speel legs en houd je finish bij

Drills zonder tegenstander hebben één zwakte: er staat niets op het spel. Sluit elke training daarom af met een paar legs 501, en kijk dan niet alleen naar je score maar naar hoeveel beurten je nodig had zodra je een finish in handen had.

Een teller die het rekenwerk overneemt helpt, want dan blijft je hoofd bij de dubbel. In de gratis darts teller online verschijnt de uitgooiroute zodra je score haalbaar is, samen met je gemiddelde en je first 9. De app Chalkie houdt daarnaast in je statistieken je checkout-percentage bij, en met Pro speel je tegen de DartBot: zes niveaus die ook op de dubbels missen zoals echte spelers. Een tegenstander die al op 40 staat terwijl jij nog op 81 staat, is precies de druk die je thuis mist.

Zo bouw je je trainingsweek op

Twintig minuten is genoeg, als je een vaste volgorde aanhoudt:

  • 5 minuten inwerpen op de 20: ritme, geen score.
  • 10 minuten één drill. Maandag Bob's 27, woensdag de ronde van 61 tot 100, vrijdag de 121-ladder. De dubbelladder past op elke dag.
  • 5 minuten wedstrijd: een leg 501 tegen jezelf of tegen een huisgenoot.

Noteer alles op dezelfde plek: datum, drill, score. Na vier weken zie je zwart op wit welke dubbels beter zijn geworden en welke niet. Of het ook in je wedstrijden terugkomt, zie je met de darts gemiddelde calculator; wat die cijfers per niveau betekenen, lees je in wat is een goed darts gemiddelde? De routes zelf, van 170 tot 2, staan in het darts uitgooi schema om te printen en in het volledige uitgooischema.

Train je dubbels als je fris bent, niet aan het eind van een lange avond. Moe op D16 gooien leert je vooral moe op D16 gooien.

Uitgooiadvies vóór elke beurt, een live driepijlsgemiddelde, geen account en geen reclame: download Chalkie gratis in de App Store of op Google Play.

Veelgestelde vragen

Hoe oefen je uitgooien bij darts?

Met korte drills die je telt: Bob's 27 voor losse dubbels, een ronde finishes tussen 61 en 100 voor twee pijlen en de 121-ladder voor drie pijlen. Twintig minuten per keer is genoeg, zolang je elke score opschrijft en alleen met jezelf vergelijkt.

Wat is Bob's 27 bij darts?

Een dubbeltraining van Bob Anderson. Je start op 27 punten en gooit drie pijlen op D1, D2 en zo door tot D20, en daarna op de bull. Elke hit telt de waarde van de dubbel erbij; mis je alle drie, dan gaat die waarde eraf. Onder nul is je spel voorbij. Het maximum is 1437.

Op welke dubbel kun je het beste uitgooien?

Veel spelers kiezen dubbel 16, omdat je vanaf 32 vijf keer op een dubbel blijft staan: 32, 16, 8, 4 en 2. Raak je het enkele vak, dan sta je meteen weer op een dubbel. Dubbel 20 komt ook vaak voor omdat veel routes via T20 lopen. Kies uiteindelijk de dubbel die jij het vaakst raakt.

Hoe werkt de 121-oefening bij darts?

Je hebt negen pijlen om 121 uit te gooien. Lukt het, dan wordt je volgende doel 122; lukt het niet, dan ga je één omlaag, maar nooit onder 121. Na tien doelen noteer je het hoogste getal dat je hebt gehaald.

Hoe lang moet je per dag darts oefenen?

Een korte, gerichte sessie van twintig tot dertig minuten levert meer op dan een uur zonder plan. Werk in een vaste volgorde: inwerpen, één drill met een score, en afsluiten met een leg 501. Stop zodra je concentratie wegzakt.